Complimentjesarmoede

Het mooie van mijn werk is dat je met mensen werkt. Geen dingen, maar mensen. Mensen die gemotiveerd naast je zitten in de lesauto en iets willen leren omdat ze dat zelf willen. Maar willen en kunnen zijn 2 verschillende dingen en dat zorgt soms voor fustratie, want je zegt vaak tegen hen dingen die ze allang weten maar domweg nog niet kunnen. Toch is herhalen dan nog steeds de beste oplossing en ook moet je ze leren geduld te hebben met zichzelf en juist dat geduld is soms zo moeilijk voor hen op te brengen. Ze gaan immers vandaag autorijles nemen, dus rijden ze het liefst volgende week al als een ervaren automobilist met 10 jaar rijervaring en dat kan natuurlijk niet.

Je komt het beste tot leerprestaties als je je allereerst prettig voelt in de lesauto. Als die basisvoorwaarde voor leren er niet is komt een leerling niet tot prestaties. Iets wat ze op basisscholen vaak niet goed begrijpen. Gezelligheid en ontspannenheid door gebruik van radio, persoonlijke aandacht en humor is dan ook van wezenlijk belang om goed te kunnen presteren.

Een rijopleider is niet meer de man van vroeger die precies vertelde wat en hoe je dingen moest doen, maar een coach die je aanmoedigt en stimuleert. ´Kom op, je doet het prima´. Helaas gaan instructeurs, ´incluis mijzelf´ mank aan een soort ´complimentjesarmoede´. Het niet kunnen uitspreken van complimenten. Wat immers goed is hoef je niet te melden. Toch? We staan te popelen om te vertellen wat er niet goed was en bij een schoudersklopje komt er altijd wel een ´maar´.  Je focust je op de dingen die niet goed gaan en daar train je op. NOT. Daar word je dan soms op gewezen door leerlingen en dat is goed. Het geeft weer aan hoe belangrijk complimenten zijn. Die positieve stimulans.

Zo had ik een keer een Marokkaanse leerlinge in de auto die echt reed als een dweil, maar toch echt een keertje af moest gaan rijden. Je kent dat wel. Meer dan 100 lessen en dan nog niet op de helft zijn, dus dan maar een keertje proberen examen te doen om de motivatie erin te houden en zij wilde dat ook zo graag! Dat ging natuurlijk hopeloos fout en de examinator vertelde dat ze 8 van de 10 onderdelen onvoldoende had gemaakt. Om nog iets positiefs te kunnen zeggen zei de man iets wat hij mijns inziens beter had kunnen laten: ‘het sturen ging best aardig’ en daarmee kon ze het doen. De dame in kwestie was niet op haar mondje gevallen en zei tegen de examinator: ‘Kom op. Er zijn vast meer dingen die ik wel goed gedaan heb. Noem die eens allemaal op?’
Kijk, dan staan wij als professional vreemd te kijken, want wat moet je dan gaan zeggen tegen zo’n dame? Dan vergt een ommekeer in je denken. Denken in mogelijkheden in plaats van denken in problemen.
In haar geval was dat ook erg moeilijk, want ook ik kon die dingen niet noemen, maar het gaat om de instelling dat we altijd geneigd zijn om de fouten te benoemen en niet de dingen die goed zijn.

Leerlingen stappen ook met andere emoties in de auto en nemen vaak dingen van thuis mee. Ruzie met een vriendje gehad, een huisdier dat is overleden, een familielid in het ziekenhuis of net gehoord dat je niet over bent naar het volgende schooljaar. Ook kan het zijn dat ze zich gewoon lichamelijk niet lekker voelen. Oververmoeidheid komt vaak voor bij de groep 18 jarigen bij mij in de auto. Ze willen te veel en kunnen maar zo weinig aan. In elk geval veel minder dan ze denken.

Dan kan ik wel eens hard zijn, want ja, een ander in het verkeer heeft geen boodschap aan jouw gemoedstoestand. Al ben je nog zo ziek: die ander wil ook graag veilig thuis komen en als het echt niet gaat moet je gewoon niet gaan auto rijden zeg ik altijd.
En straks sta jij voor de rechter en moet je uitleggen waarom je een kind dood hebt gereden. ´Ja rechter, ik voelde mij niet zo fijn vandaag. Mijn oma was opgenomen in het ziekenhuis´. Ga jij dat dan ook even uitleggen aan de ouders van dit kind? Die willen vast je argument niet horen. Autorijden vraagt verantwoordelijkheid. Als je niet in staat bent te rijden moet je dat ook niet doen.

En ja. Ook instructeurs kunnen hier wel eens last van hebben. Vandaag heb ik er een lange dag op zitten. 9 uur aaneengesloten gewerkt en ook de laatste leerling wilde weer veilig thuis komen. Uiteindelijk rijd je naar huis en denk je al niet meer aan je laatste klant. Je hebt honger en het enige dat je wilt is even rust aan je hoofd (radio lekker hard!) en lekker wat eten.
Bij thuiskomst was ik het nog niet vergeten en heb ik een goede start van mijn voornemen gemaakt: ´Schat, wat heb je weer heerlijk gekookt vandaag´.
Mijn vrouw glimlachte verrast.