Over hem

Daar zit je dan.
Naast mij.
Je bent al een hele vent.
Al 16 jaar oud.
Je hebt een oorbel en een tatoo, maar soms verlang je naar buiten spelen.
Je gaat op kamp, maar je belt ’s avonds nog even naar huis.
Je werkt al en wilt later het bedrijf over gaan nemen, maar je zit nog op school.
Je zegt dat je later veel geld zult gaan verdienen, maar je woont nog thuis.
Je zegt dat je al je rijbewijzen gaat halen, maar je hebt alleen nog het bewijs van onvermogen.
Je praat over chicks en over je bitch, maar je snapt nog niks van vrouwen.
Je zit in de auto en mag sturen,  maar je wilt de autosnelweg al op.
Ik vraag je of je ons naar huis kunt rijden, maar je kent de weg nog niet.
Er valt een stilte tussen ons die ons allebei doet denken.

Je zegt dat autorijden makkelijk is.
Je verliest regelmatig de controle over de auto en hebt geen idee waarom.
Je zoekt voortdurend de oorzaken van je falen bij iets anders dan jezelf.
Heb je eigenlijk wel door dat je vandaag niet alleen leert sturen?
Er gaat zoveel langs jou heen.
Auto rijden.
Het lijkt je leven wel.