Wolkbreuk

Er zijn van die weersomstandigheden waarin je liever niet af zou willen rijden. Meestal zijn dat hele slechte omstandigheden. Regen, sneeuw, ijzel of een zeer zware storm. Als vervolgens de chef van het CBR en de examinator het niet eens kunnen worden over het wel of niet doorgaan van je examen, lijkt het helemaal een ramp te worden. Lijkt ja.
Dat het als kandidaat ook in je voordeel kan werken bleek uit onderstaand verhaal.

-> We schrijven ergens in het najaar en het weer is die dag echt verschrikkelijk. Hoosbuien, kou en wind zorgen voor een gure aanblik van deze dag en juist vandaag vindt het praktijkexamen van mijn kandidate plaats. Ze mag vandaag voor het eerst afrijden. Gelukkig is het een  leerling die zich niet snel gek laat maken. Nuchter, kan lekker autorijden, maar onder deze omstandigheden ziet ook zij het vandaag niet echt zitten. Het zit allemaal tegen en dan moet je er als instructeur op letten dat zo’n leerling zichzelf niet laat zakken. Voor het examen wordt dik betaald, dus laat die beoordeling nu maar over aan iemand die jij daarvoor hebt betaald. Vol goede moed vertrekken we dus richting examencentrum wat gehuisvest is in een bowlingcentrum in een buitenwijk van Gouda.

Nadat ik nog een klein uurtje met haar gereden heb, parkeren we de auto op de parkeerplaats van het bowlingcentrum en lopen naar binnen. Er zijn daar wat mensen aan het bowlen en wij gingen aan de bar zitten. Ik bestelde een koffie voor mijzelf en voor de leerling een cola. Druppelsgewijs kwamen er ook andere collega’s met hun kandidaten binnen en iedereen wachtte aan de bar totdat het tijd was om examen te gaan doen. Het was 10.45. Tijd om te gaan, maar zou het examen onder deze omstandigheden wel door gaan? Kan een kandidaat met dit weer een normale examenrit rijden en kan een examinator alle examenonderdelen testen? Ik dacht van niet …

Toen we het zaaltje van de examinatoren binnen kwamen vielen de emmertjes die her en der op de grond stonden direct op. Het dak van het bowlingcentrum was het aan het begeven en kon de hoeveelheid water niet meer aan en was gaan lekken. Overal hoorde je gedruppel en we moesten dan ook langs de emmertjes lopen om de druppels te ontlopen.
De kandidaat en ik gingen zitten aan het tafeltje van de examinator waar het inmiddels ook was gaan lekken maar waar er nog geen emmertje stond. ‘Een ogenblikje. Even een dweil halen’ en de examinator, een aardige vrouw, kwam even laten terug met een grote dweil. Het was goed bedoeld, maar helaas hielp dat niet echt, want er ontstond op de vloer een soort riviertje. We waren blij dat de vloer niet helemaal waterpas was, want anders hadden we kunnen verdrinken.

Afgeleid door deze omstandigheden begon de examinatrice haar verhaal. ‘We gaan zo een stukje rijden en als je niks hoort, dan rijden we alsmaar rechtdoor. Ik geef dan tijdig aan of je links of recht moet.’ Een grote druppel viel plots op de examinator die daar gelijk maar over grapte. ‘Ik hoop dat het buiten droger is, maar ik vrees van niet’ en met een steeds meer ontspannen kandidaat en een nerveuzer wordende examinator vervolgde zij haar verhaal. ‘Onderweg gaan we ook nog twee bijzondere verrichtingen doen’, maar aan haar toon te horen geloofde ze daar zelf niet zo in. Toen er een tweede druppel op haar neus viel was voor haar de maat vol en excuseerde ze ons en liep naar de examenchef toe die als enige alleen aan een tafeltje zat en nors kijkend bezig was met zaken die belangrijk leken. Het zou hem niet ontgaan moeten zijn dat ook hij ingesloten was door met water gevulde emmertjes en zal zag hem tijdens de conversatie met de examinatrice zuur kijken. Het was duidelijk dat zij een verschil van mening hadden over het wel of niet door laten gaan van dit examen. Samen naar buiten kijkend terwijl het nog harder ging regenen. Zou het examen door gaan, zouden ze het nog even aan zien of zou het geannuleerd worden. De examinator wilde voor het laatste kiezen, maar de chef van geenszins van plan hieraan toe te geven. Er moest gereden worden.
Zij kwam teruglopen naar ons tafeltje en zei: ‘Zullen we dan maar beginnen?’ en we liepen met z’n drieën naar de uitgang.

De ogentest aan het begin van het examen werd binnen gedaan en nadat die voldoende was verklaard, moest de leerling eerst rennend naar buiten om de auto te openen zodat de examinator zo min mogelijk in de regen hoefde te staan. Doorweekt zaten ze 10 seconde later samen in de auto.
Ze reden de parkeerplaats en op en stond achter het raam te kijken naar de vertrekkende lesauto die richting de stad ging.
Nu duurt zo’n examen ongeveer 35 minuten, dus stond ik vreemd te kijken toen de auto nog geen 10 minuten later weer de parkeerplaats op reed. Je weet wat dit betekend, want dan wordt het examen afgebroken en kan de kandidfaat alsnog een andere keer terug komen voor een herexamen. Zou dit de zoete wraak zijn van een examinator die eigenlijk al geen examen af wilde nemen of was het echt niet te doen in deze hoosbuien?
Ik liep met de kletsnatte examinator en kandidaat mee naar naar de examenzaal om daar te horen wat er plaats had gevonden. De kandidaat ging zitten en de examinator bleef staan en zei: ‘Het is voldoende hoor. Je bent geslaagd’ en keek even zijdelings naar de chef aan het tafeltje tegenover haar. dit was haar zoete wraak inderdaad, maar dan niet op zo’n manier dat mijn kandidaat daar de dupe van werd, maar meer op de manier van ‘als jij zegt dat ik moet gaan rijden chef, dan kan ik deze kandidaat in 10 minuten rijvaardig verklaren en daar kan jij helemaal niks aan doen’.
De examinator vervolgde haar verhaal. Het was slecht te doen, want voor de tunnel bij de rotonde was het afgesloten en heb ik besloten gelijk maar terug te rijden naar het CBR. wat ik in die tijd heb gezien vond ik zeker onder deze omstandigheden voldoende’ en daarmee kon mijn kandidaat het doen. Zij maakte een vreugdedansje en wilde het goede nieuws zo snel mogelijk gaan vertellen thuis. In de auto zei ik haar nog dat slecht weer ook in je voordeel kon zijn en dat dit een van die momenten was. Dit examen zouden wij beiden nooit vergeten.

Enkele dagen later sloeg ik de lokale krant open en zag een mooie foto staan van een vrachtwagenchauffeur die tot de cabine aan toe in het water stond. De foto was gemaakt in de betreffende tunnel waar mijn kandidaat maar niet ingereden was. Met een glimlach sloeg ik de krant dicht. Wat was dat, ondanks het slechte weer, een mooie dag geworden.