Autobrandje

Het was ergens in het najaar toen we op zaterdagochtend in Gouda reden. Het was nog vroeg voor de zaterdag en ergens rond een uur of 8.

Die ochtend was de dag al vreemd gestart. Ik had een enorm gegil gehoord vanuit ons huis ergens vlak in de buurt, maar kon het geluid niet lokaliseren. Het klonk zo angstaanjagend dat ik de politie heb gebeld en ik hoorde later dat er een misdrijf had plaatsgevonden. Stond ook in de krant: ‘man gooit kokend water over vriendin.’ Tja, er gebeuren soms nare dingen in je woonplaats en ook vlak in de buurt.
Maar goed, dit wist ik bij mijn vertrek naar mijn eerste klant die zaterdagochtend nog helemaal niet.

-> We reden die ochtend op de van Burgemeester van Reenensingel en ik zag vlammen onder de auto van mijn voorganger komen. Ik wreef in mijn ogen, maar de vlammen bleven en ik vroeg eigenlijk heel nuchter aan mijn leerling of hij iets bijzonders zag aan de auto voor ons. Hij zag hetzelfde als ik en zei: ‘ja, ik zie vlammen onder de auto voor ons uitkomen.’
Verschrikt keken we elkaar aan en riepen tegelijk: ‘we moeten iets doen!’ Het leek wel een spannend jongensboek en op dat moment waren we beiden niet meer bezig met een rijles, maar wisten we dat we de bestuurder in de brandende auto moesten waarschuwen voor het gevaar. De man had kennelijk niks door en reed gewoon verder.

We probeerden lichtsignalen te geven aan de auto voor ons en claxonneerde zo hard we konden en ja hoor …. de automobilist stopte uiteindelijk langs de weg en stapte uit. Hij keek gelijk onder zijn auto waar juist de vlammen heftiger onderuit kwamen. Ook wij stapten uit. Ik belde zonder ook maar iets te zeggen gelijk de brandweer, want het was wel duidelijk dat we die nodig hadden. Die vroegen als eerste of er gewonden waren en toen ze hoorde dat het een autobrand betrof rukte ze kennelijk zonder al te veel haast uit. Het duurde namelijk nogal even voordat ze ter plaatse waren en wij hebben daar uiteindelijk niet meer op gewacht.

De man was zo beduusd door de hele situatie dat hij alleen zei: “He, mijn auto staat in brand” en wilde wat spullen uit zijn auto gaan halen wat wij geen goed idee vonden. Eigenlijk moesten we zo lachen om zijn reactie, maar we realiseerde ons ook wel dat dit voor hem niet zo leuk was. Nadat wij hem hadden geadviseerd toch maar wat afstand te houden, bleef hij op gepaste afstand naar zijn auto kijken die steeds verder in brand kwam te staan.
Het enige wat ik mij toen nog kan herinneren is dat hij maar bleef herhalen dat hij geen lampje had zien branden en dat hij niets vreemds had gedaan met die auto.

De brandweer was er nog steeds niet, maar er kwam wel een auto van de beveiligingsdienst langs. Een grote brede kale man stapte uit en pakte kordaat zijn brandblussertje uit zijn auto maar nog voordat hij wilde gaan blussen realiseerde hij zich dat dit geen enkele zin had. Zo’n blusser is leuk voor kleine beginnende brandjes, maar deze brand was van een hele andere orde. Hij zei vrijwel direct daarna: ‘die kunnen we beter gecontroleerd uit laten branden’. Ik geloof dat de man van de brandende auto bijna een beroerte kreeg toen hij dat hoorde.
‘Weet u wat ik nou echt het ergste vind?’ begon hij.  ‘De auto heb ik vanochtend geleend van een vriend. Hoe moet ik ‘m nu terugbrengen?’
Ik heb hem maar voorzichtig verteld dat hij zich er maar op in moest stellen dat deze auto waarschijnlijk niet terug zou gaan naar de rechtmatige eigenaar.

Van verre hoorde ik de brandweer al komen en ik gaf aan maar te vertrekken omdat wij toch niets meer konden doen voor hem. Hij was in veiligheid en kon in het plaatselijke bowlingcentrum vlakbij wellicht even een kop koffie gaan halen. Ook gaf hij aan een mobiel bij zich te hebben, dus niets stond ons vertrek in de weg.
Hij moest maar wachten op de brandweer en terwijl die bijna ter plaatse was zagen wij nog net hoe zijn banden gesmolten op het wegdek stonden.
Ik denk niet dat hij de auto nog terug heeft kunnen brengen naar zijn vriend.

Achteraf hebben we samen om de situatie nog wel even moeten lachen!